Ondanks allerlei Arbowetten en -voorschriften, en de goede zorgen van leveranciers, zijn in kantoren nog heel veel beeldschermwerkplekken te vinden die niet ergonomisch zijn ingericht. In dit artikel vind je een beknopte handleiding om je werkplek comfortabeler en ergonomischer te maken.

Een ideaal ingerichte werkplek is uitstekend afgestemd op de lengtematen, het postuur en de behoeften van de gebruiker. Is dit het geval, dan kan worden gesproken over een ergonomische werkplek. Immers: ergonomie richt zich op het aanpassen van de omgeving aan de mens (in plaats van andersom). Gezien mensen onderling in lengte, postuur en behoeften verschillen, is het belangrijk dat een werkplek hieraan aanpasbaar is. De werkplek moet ergonomisch kunnen worden ingesteld voor de gebruiker.

Waar moet een werkplek dan aan voldoen om geschikt te zijn voor het gros van de medewerkers? Om die vraag te beantwoorden zijn gaandeweg de jaren allerlei normen opgesteld. Deze normen geven aan welke instelbereiken en afmetingen van belang zijn om bureaus, bureaustoelen, etc. ergonomisch instelbaar te maken voor het gros van de medewerkers. We hebben deze normen onderstaand per onderdeel van de kantoorwerkplek op een rij gezet. Met deze normen zijn de stoelen geschikt voor zo’n 90% tot 95% van de werknemers.

Let wel: het gaat bij de onderstaande normen en eisen om afmetingen en verstelbereiken. Soms hebben medewerkers speciale behoeften die moeten worden vervuld vooraleer de werkplek ergonomisch kan worden genoemd. Denk bijvoorbeeld aan een behoefte aan meer beweging of meer steun omwille van klachten. Dat zijn individuele, persoonlijke factoren die niet in deze normen zijn meegenomen. In deze situaties raden wij aan om een werkplekonderzoek in te plannen of langs te komen voor een adviesafspraak. Dan kan gezamenlijk worden gekeken wat aan de werkplek moet worden aangepast om deze ergonomisch te maken voor de betreffende werknemer en de klachten op te lossen.

Kantoorinrichting

Bureau / werktafel

Werkhoogte: minimaal instelbaar van 60 tot 82 cm. Zit-statafels moeten volgens de NPR 1813 instelbaar zijn van 60 tot 125 cm. De tafel moet op of ietwat lager dan ellebooghoogte van de gebruiker kunnen worden geplaatst. Een zit-sta-tafel heeft de voorkeur boven een gewoon bureau.

Een werkblad dat verstelbaar is van 60 tot 82 cm, kan door minimaal 90% van de gebruikers worden gebruikt. Een bijkomend voordeel van zit-sta bureaus is dat men de mogelijkheid heeft om zittend werken te kunnen afwisselen met staand werken. Zo hoeft men niet steeds de werkplek te verlaten om niet de hele dag zittend door te brengen. Immers: we zitten veel te veel. Dat resulteert in productievere werknemers. Zij hoeven minder frequent (47% minder) en minder lang (56% korter) pauzes te nemen. De vermoeidheid is immers minder (Dainoff).

Bureaustoel

Een traditionele bureaustoel moet minimaal voldoen aan de NEN-EN 1335, maar bij voorkeur ook aan de NPR 1813. De NPR 1813 stelt dat de hoogte minimaal verstelbaar moet zijn tussen de 41 en 55 cm en de zitdiepte tussen 38 en 48 cm.

Lees hier alle eisen aan traditionele bureaustoelen volgens de NPR 1813 en de NEN 1335.

De zitting moet minimaal 15° achteroverkantelen. De hoek tussen rugleuning en zitting moet, bij het bekken, minder dan 90° zijn, daarom is een kantelstoel aan te bevelen boven een stoel met een synchroon mechaniek.

Bij een synchroon mechaniek kantelt de rugleuning t.o.v. de zitting in een verhouding van 1:2, 1:3 of 1:4, waardoor de zitting onvoldoende achterover kantelt ten opzichte van de rugleuning (Bos, 2003). Daardoor ontstaan afschuifkrachten (Goossens 1995, 1997). De aflopende zitting kan deze afschuifkracht tegengaan en zo onderuitzakken voorkomen.

Armondersteuning: tijdens computerwerk moeten de armen goed worden ondersteund door comfortabele en hoogte-instelbare armleggers of eventueel door het werkblad.

Een goede armondersteuning leidt tot afname van (schouder)klachten (Aaras, 2001, Cook, 1998, Karlqvist,1998), o.a. omdat de doorbloeding beter is (Hagberg M, 1984). Wanneer armondersteuning gebruikt wordt treedt ook veel minder snel vermoeidheid op (Arndt, 1983).

Documenthouder

Positionering documenten: de documenten moeten in lijn met de monitor en het toetsenbord worden geplaatst en bij lezen en schrijven moet een licht hellend werkvlak worden gebruikt.

Wanneer er wordt gelezen, of er worden gegevens ingevoerd in de computer (data-entry) dan dienen dezelfde aspecten in acht te worden genomen als genoemd bij kijkhoek en kijkafstand. Een hellend werkvlak vermindert de buiging van de nek (Dul 1992) en draagt daarmee bij aan het voorkomen van klachten.

Voetensteun

Ondersteuning van de voeten: een voetensteun moet voldoen aan DIN 4556 (steunvlak min. 45×35 cm, verstelbereik min. 11 cm, hoekverstelling 5-15°).

Wanneer het werkblad niet of niet afdoende in hoogte insteld kan worden is soms een voetensteun nodig. Deze voetensteun dient minimaal 45 cm breed en 35 cm diep te zijn, een verstelbereik te hebben van minimaal 11 cm. En de hellingshoek van het steunvlak dient verstelbaar te zijn van minimaal 5 tot 15 graden (DIN 4556). Bij flexwerkplekken is het belangrijk dat de voetensteun snel en gemakkelijk ingesteld kan worden, de Basic 952 voetensteun heeft een voetpedaal waarmee de hoogte ingesteld kan worden. Wanneer de gebruiker erg hoog zit en de grond niet kan bereiken is het lastig dit pedaal te bereik. In dit geval kan gebruik gemaakt worden van de Discus voetensteunen.

Flatscreenarm

Kijkafstand: dient minimaal 60 cm, maar liever meer dan 60 cm, te bedragen. De kijkafstand wordt bepaald door de tekenhoogte waarbij de kijkafstand minimaal 200 en liefst 150 maal de tekenhoogte is (een tekenhoogte van 4 mm komt dus overeen met een kijkafstand van 60 cm).

Een relatief grote kijkafstand is voor de ogen minder belastend, omdat de ogen niet zo sterk hoeven te accommoderen, voorwaarde is wel dat de tekens op het scherm evenredig groter worden (Owens and Wolf Kelly 1987). De tekens op het scherm kunnen soms worden vergroot, zo kent Word een in- en uitzoom functie waarmee de weergave van het actieve document vergroot dan wel kan worden verkleind. Grotere tekens worden sneller gelezen dan kleine (Tullis et al, 1995), kleine tekens op het scherm verlagen dus de productiviteit. (Jaschinski-Kruza, 1988).

Kijkhoek: het volledige beeldscherm moet zich bevinden in een gebied 10-20° beneden ooghoogte.

Bij deze monitorpositie kunnen de ogen beter accommoderen (Ripple, 1952) en convergeren (Krimsky, 1948), en neemt de algehele belasting voor de ogen af (Tyrell and Leibowitz, 1990, Tsubota and Nakamori, 1993). Daarnaast leidt deze monitorpositie tot minder ongemak en klachten aan de nek (Kumar 1994; McKinnon 1994, Marcus 2002), terwijl het niet leidt tot een statische belasting van de nekspieren (Turville et all, 1998). En niet onbelangrijk: de productiviteit is tegelijkertijd zo’n 10% hoger (Sommerich et al., 1998).

Laptophouder

Laptop: om ergonomisch en productief te werken moet een laptop gecombineerd worden met een extern beeldscherm, los (compact) toetsenbord en muis of met een laptopsteun met extern (compact) toetsenbord en muis.

Een laptopsteun heeft een positief effect op de houding en draagt bij aan meer comfort (Boersma 2003, Lindblad 2003). Onderzoek naar productiviteit in relatie tot gebruik van een laptopsteun geeft geen eenduidige resultaten (Boersma 2003: gelijke productiviteit en Lindblad 2003: 17% hogere productiviteit). Om een optimale werkplek te creëren is het noodzakelijk om een 19” flatscreen (met flatscreenarm) aan te sluiten op de laptop. Dit is met name te te overwegen wanneer langdurig (meer dan 4-5 uur per dag) op de laptop wordt gewerkt.

Muis

Klikken en scrollen: tijdens het klikken en scrollen moeten statische onnatuurlijke houdingen (extensie (= Strekken van de pols richting rugzijde van de hand) en ulnairdeviatie pols (=Zijwaarts buigen van de pols in de richting van de pink), pronatie onderarm (=Naar binnen draaien van de onderarm)) vermeden worden. De muis moet zich zo dicht mogelijk bij het lichaam bevinden.

Bovengenoemde houdingen zijn alle risicofactoren voor het ontstaan van klachten aan pols en onderarm (Jensen 1998, Fernstrom 1997, Burgess-Limmerick 1999, Armstrom 1994). Wanneer de muis dichter bij het lichaam wordt geplaatst, is dit minder belastend voor de nek en schouders (Armstrom 1995, Cook 1998, Harvey 1997). Trackballs en trackpoints zijn belastender voor de duim. Met name voor oudere werknemers is dit geen goed alternatief voor een gewone muis. Tevens is de productiviteit lager dan bij gewone muizen, maar deze lagere productiviteit lijkt bij langdurig gebruik te verdwijnen (Zöllner 1999).

Toetsenbord

Tekst invoer: de horizontale en verticale afstand van de toetsen moet minimaal 19 mm zijn. Tijdens de aanslag van de toets moet een duidelijke feedback voelbaar en/of hoorbaar zijn. Een compact toetsenbord verkleint, de reikafstand naar de muis. Voor ‘blind-typers’ verbetert een gesplitst toetsenbord de houding van polsen en onderarmen.

Wanneer er onvoldoende feedback is, neigen gebruikers ertoe om de toetsen tot 3,9 keer harder aan te slaan dan eigenlijk noodzakelijk is. Dit is een risicofactor voor het ontwikkelen van klachten aan onderarm en hand (Feuerstein, 1997, Gerard, 1996, 1999). Daarnaast leidt dit ertoe dat de gebruiker meer fouten maakt waardoor de productiviteit achteruit gaat (Feuerstein, 1997, Yoshitake, 1995). Compacte toetsenborden (toetsenborden zonder een numeriek deel, maar met vergelijkbare afstand tussen de toetsen als bij een normaal toetsenbord) verlagen de reikafstand naar de muis (Cook, 1998), verlagen de belasting voor de onderarm en worden als comfortabeler ervaren dan standaard toetsenborden (Van Lingen, 2003). Een compact toetsenbord is een volwaardig alternatief voor het traditionele toetsenbord. Indien frequent numerieke gegevens dienen te worden ingevoerd, dan kan gebruik worden gemaakt van een apart numeriek deel. Een ergonomisch gevormd toetsenbord kan bijdragen aan het voorkomen van klachten (Moore en Swanson, 2003), doordat de houding van de onderarmen en polsen beter is (Riezebos, 1997).