Hoe meer stof, hoe meer steun

Het uitgangspunt bij het kiezen van de juiste zitoplossing is dan ook het (stof)oppervlak van de stoel: hoe groter het oppervlak van de stoel, hoe meer steun de stoel kan bieden, hoe minder fysieke activiteit er tijdens het zitten plaatsvindt. Dat betekent automatisch: hoe kleiner het oppervlak van de stoel, hoe minder steun de stoel zal bieden, hoe groter het aandeel fysieke activiteit tijdens het zitten.

De belangrijke pijler: je wervelkolom

Je wervelkolom bestaat uit 24 wervels. Dit zijn 7 halswervels (cervicale wervels), 12 borstwervels (thoracale wervels) en 5 lendewervels (lumbale wervels). Onder de laatste lendenwervel zitten nog 5 aan elkaar vastgegroeide wervels die het heiligbeen (sacrum) vormen.Als we de wervelkolom aan de zijkant bekijken zien we dat deze van nature krommingen bevat. De kromming naar voren noemen we een lordose, de kromming naar achter noemen we een kyfose.

Van boven naar beneden zien we cervicale lordose, een thoracale kyfose en een lumbale lordose.

Deze krommingen zijn het resultaat van de unieke bouw van de wervellichamen. Zodra de voorzijde van het wervellichaam hoger is dan de achterzijde, volgt er een bocht naar voren (lordose) als er meerdere wervels op elkaar staan. Het tegenovergestelde vindt plaats zodra de voorzijde lager is dan de achterzijde, dan volgt er een bocht naar achteren (kyfose). Tussen de wervels zitten de tussenwervelschijven die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van rugklachten. Vooral de onderste drie tussenwervelschijven worden vaak zwaar belast. De tussenwervelschijf (in de medische wereld discus intervertebralis  genoemd) fungeert als een schokbreker en is opgebouwd uit een kern die de grootste schokken opvangt en daaromheen verschillende banden die deze kern op zijn plaats moeten houden.

Ons beweegapparaat beweegt in ketens, waarbij de kern (lees: wervelkolom) van ons lichaam altijd een rol speelt. Echter, daarvoor dient de wervelkolom wel in zijn natuurlijke  en neutrale positie gebruikt te worden. Het overgrote deel van de bevolking heeft echter geen of onvoldoende kennis van deze natuurlijke positie en/of aan welke (uiterlijke) kenmerken deze positie dient te voldoen. Zodra de wervelkolom in zijn natuurlijke positie staat, betekent dit biomechanisch dat spierkracht in de ledematen beter tot zijn recht kan komen.

Dynamisch zitten betekent actief zitten

Zodra je wervelkolom in zijn natuurlijke positie staat, betekent dit dat 70% van de energie die nodig is om de wervelkolom tegen de zwaartekracht omhoog te houden geleverd wordt door de passieve stabiliteit van de wervelkolom. De overige 30% zal geleverd moeten worden door actieve structuren aangestuurd door onbewuste activiteit. Om derhalve een actieve en gezonde zitpositie te realiseren, dient deze dus te voldoen aan twee belangrijke eigenschappen: a) de wervelkolom moet in het lood staan en b) zal het grootst mogelijke deel van ‘30%’ moeten worden aangesproken.

 

Er zijn natuurlijk altijd situaties, waar veel steun van een zitoplossing wenselijk is. Vaak zijn dit bijzondere medische aandoeningen waar het bewegingsapparaat niet goed kan functioneren. Om je hierin goed te kunnen adviseren, vragen wij dan ook altijd naar deze fysieke klachten. We willen graag samen analyseren, in welke mate je zitoplossing steun dient te bieden.

In de meeste situaties is echter dynamisch en actief zitten het sleutelwoord tot het oplossen van fysieke klachten.

 

Preventie van klachten

In de preventieve zin, is een dynamische en actieve zitoplossing dan ook altijd aan te bevelen. Slechts op die manier, compenseren we de negatieve gevolgen van overmatig stil zitten.