Pijnklachten en zitten

Veel Nederlanders ervaren pijnklachten bij het zitten. Rugklachten is hierin de voornaamste klacht. Een groot gedeelte van deze populatie met rugklachten heeft een zittend beroep (vooral beeldschermwerk). Dergelijke rugklachten gaan al dan niet gepaard met arbeidsverzuim. Ca. 85% van de zogenaamde aspecifieke rugklachten is te wijten aan een combinatie van een aantal factoren.

Lage Rugklachten

Lage rugklachten is, na schouder en nekklachten, de meest voorkomende klacht van het bewegingsapparaat. Geschat wordt dat, op ieder moment, minimaal 10% van de bevolking in geïndustrialiseerde landen last heeft van zijn/haar rug. Jaarlijks gaan er van de 1000 patiënten naar de huisarts vanwege rugklachten. Bij een klein percentage van deze mensen (minder dan 10%) kunnen de klachten verklaard worden vanuit een specifieke aandoening. Door middel van onderzoek zal de huisarts deze mensen specifiek behandelen c.q. doorverwijzen. Bij meer dan 90% van de patiënten kan echter geen oorzaak gevonden worden. Dit noemt men aspecifieke rugklachten. In principe kan iedereen aspecifieke rugklachten krijgen. Het blijkt dat de meeste mensen voor hun 30e jaar wel eens klachten hebben gehad. Heel vaak blijft het bij een éénmalige episode. Sommige krijgen echter in korte tijd steeds weer klachten. Vaak blijken er dan één of meer van de volgende factoren aanwezig te zijn waardoor de klachten steeds weer terugkeren.

Factoren in het ontstaan van aspecifieke rugklachten

De meest voorname factor is onwetendheid. Onze kennis reikt vaak niet verder dan de buitenzijde van het lichaam, waarbij het (ver)zorgen van ons uiterlijk vaak een essentieel onderdeel is. Echter hoe ons lichaam er aan de binnenzijde uitziet, is voor velen van ons een grote vraag. Ons beweegapparaat beweegt in ketens. Hierin speelt de kern van het lichaam, de wervelkolom, een belangrijke rol. Alle bewegingen van de ledematen hebben invloed op de wervelkolom en de musculatuur hieromheen. Andersom heeft de stand van de wervelkolom invloed op de ledematen. Zodra de wervelkolom in zijn natuurlijke positie staat, betekent dit biomechanisch dat spierkracht in de ledematen beter tot zijn recht kan komen. Echter, daarvoor dient de wervelkolom wel in zijn natuurlijke positie gebruikt te worden. Het overgrote deel van de bevolking heeft echter geen of onvoldoende kennis van deze natuurlijke positie en/of aan welke (uiterlijke) kenmerken deze positie dient te voldoen.

Een andere belangrijke invloed op het ontstaan van rugklachten is onze gewoonte. Gewoontes kunnen ontstaan uit een gebrek aan bewustzijn of kunnen bijvoorbeeld het resultaat zijn van een gemoedstoestand. Een gewoonte is doorgaans lastig te doorbreken (denk aan stoppen met roken), echter zodra de noodzaak van veranderen aanwezig is zijn we vaak sneller geneigd om open te staan voor het veranderen van een ongezonde gewoonte. Vaak gaat iemand bijvoorbeeld pas bewust met zijn/haar lichaam om, op het moment dat er reeds sprake is van klachten. Openstaan voor verandering en begrijpen waarom er iets moet veranderen zijn belangrijke aspecten bij het tot stand brengen van een verandering.

Vicieuze cirkels

Over het algemeen is bekend dat een gebrek aan beweging zorgt voor de nodige beperkingen aan bewegingsvrijheid. Een gewricht wat niet gebruikt wordt ‘roest’ vanzelf vast, omdat de elasticiteit van de bindweefselstructuren rond een gewricht afneemt. Het gevolg van deze stijfheid is dat spieren rondom deze gewichten niet meer optimaal (hoeven te) functioneren waardoor krachtsverlies, een slechtere doorbloeding en verkorting van spieren zal optreden. Voordat een volledige bewegingsbeperking is opgetreden, zal men in een eerste poging om de bewegingsvrijheid te herstellen pijnklachten en extra vermoeidheid ontwikkelen. De vermoeidheid is te wijten aan het feit, dat de spieren een extra inspanning moeten leveren om het ‘verstijfde’ gewricht te laten bewegen. Deze natuurlijke reacties zullen ervoor zorgen, dat de poging al snel wordt afgebroken, waarmee de definitieve vicieuze cirkel is bereikt.

Zithouding

Een ongezonde zittende lichaamshouding veroorzaakt over het algemeen veel klachten. Het kenmerk van deze houding wordt duidelijk zodra we een de natuurlijke krommingen van de wervelkolom vergelijken met de meest gebruikte houdingen.

In de illustraties wordt duidelijk dat de lage wervelkolom (lumbale wervelkolom) zijn natuurlijke kromming in zijn totaliteit verliest bij het aannemen van een onjuiste houding. Wervellichamen hebben een taps toelopende (conische) vorm, waardoor de krommingen in de wervelkolom ontstaan. Wanneer u een niet ergonomische zithouding zoals op de bovenstaande afbeelding aanneemt ontstaat er puntbelasting tussen twee wervellichamen: deze drukken aan één zijde erg op elkaar. Dit resulteert in een ongelijkmatige druk om de tussenwervelschijven, waardoor de kans op beschadiging van deze structuren aanzienlijk is. Daarnaast ontstaat er een ongewenste spanning op de bindweefselstructuren rondom de wervel, welke pijn- en stijfheidsklachten kan veroorzaken.

Vitale organen

De thoracale wervelkolom (de borstwervelkolom, tussen nek en lage rug) is van nature het meest stugge deel van de wervelkolom. Naast de algemene steunfunctie, biedt dit deel dan ook houvast aan de ribben die via kleine gewrichten verbonden zijn aan de wervelkolom. De ribben zijn aan de borst verbonden met een zeer stugge bindweefselstructuur. De borstwervelkolom en de ribbenboog beschermen de meest vitale organen die voor de circulatie van belang zijn (hart, longen en vaten). Een optimale positie van de borstwervelkolom is dus nodig voor een optimale functie van hart en longen, aangezien de longen ruimte nodig hebben bij het in- en uitademen.
Door het voortdurend aannemen van een onjuiste en passieve houding (ronde rug), zal de beweeglijkheid duidelijk verminderen. Hierbij kunnen veel verschillende klachten ontstaan, die verder gaan dan alleen maar pijn- en vermoeidheidsklachten. Onvoldoende zuurstofopname kan uiteindelijk samenhangen met een veelvoud aan klachten. Denk hierbij aan concentratieproblemen, duizeligheidsklachten, visusstoornissen.

Samenhang verschillende delen van de wervelkolom

De overmatig kyfoserende (naar achteren gekromde) positie van de thoracale wervelkolom heeft als gevolg dat de natuurlijke krommingen van de wervelkolom (cervicale wervelkolom) afvlakken. Er ontstaan ter hoogte van de overgang tussen de thoracale en cervicale wervelkolom een overmatige druk op de achterzijde van de wervellichamen en op de gewrichten tussen de wervellichamen (intervertebrale gewrichten). Door het langdurige handhaven van deze onnatuurlijke positie, ontstaan lokaal en regionaal pijn- en vermoeidheidsklachten. De spieren staan in directe verbinding met de spiergroepen die naar de schouderregio lopen: hierdoor ontstaan ook hier (door de ketenreactie) pijn- en vermoeidheidsklachten. De veranderde positie van de cervico-thoracale wervelkolom heeft een voorwaartse positie van het hoofd als gevolg (antero-positie van het hoofd). Hierdoor wordt het gewicht van het hoofd niet langer gedragen door de romp, maar door de spieren rondom de nek- en schouderregio: al snel ontstaat er een pijnlijke overbelasting in deze regio.

Hoofdpijn en concentratie

Naast de ongewenste spierspanning, spelen bij de cervicale wervelkolom ook bloedvaten van en naar het hoofd een belangrijke rol bij het ontstaan en in stand houden van klachten. Zodra de vaatdoorstroming van snel beklemde bloedvaten langs de wervelkolom (arteria vertebralis) stagneert, zal de doorstroming naar het hoofd worden overgenomen door de bloedvaten in de hals. Het is natuurlijk van het grootste belang dat het brein voorzien wordt van zuurstofrijk bloed. Beide beschreven bloedvaten komen dan ook op een knooppunt terecht (Circle of Willis) waarbij het van belang is om het zuurstofrijke bloed naar de meest vitale delen te sturen. Daarbij zijn minder belangrijke delen de hoofdhuid, het botvlies rondom de schedel en het hersenvlies. Minder zuurstof naar deze minder vitale delen uit zich vaak in hoofdpijnklachten of strakke bandgevoel om het hoofd ,meer kans op migraine-aanvallen, oorsuizen, duizeligheid, verminderd concentratievermogen, vermoeidheid, slechter zien, vermoeide ogen, slikproblemen, kaakproblemen etc.