Verlichting

De Europese Unie heeft normen opgesteld voor luxwaarden in diverse binnenverlichtingsomgevingen. Deze normen voor verlichting staan genoteerd in de NEN 12464-1:2011. Lux is de meeteenheid voor de mate van verlichting in een ruimte. Dit betreft zowel kunstmatig licht alsook daglicht. De vereiste Luxwaarde verschilt met de soort ruimte en de taak die op een plek verricht wordt. We spitsen ons in dit stuk verder toe op de Luxnormen voor kantoren.

In de NEN 12464-1:2011 wordt in kantoren uitgegaan van drie ‘soorten’ omgevingen:

  • Taakgebied; de plek waar werktaken, zoals beeldschermwerk, uitgevoerd wordt
  • Directe omgeving; de directe omgeving van het taakgebied
  • Achtergrondomgeving; de overige omgeving waar niet (in de buurt) gewerkt wordt

Taakgebied

Voor het taakgebied geldt een minimum lichtsterkte van 500 lux of meer. Voor een goede waarneming van informatie op het beeldscherm is het van belang de verlichting en de beeldschermapparatuur goed op elkaar af te stemmen. Hiertoe is het enerzijds van belang dat er voldoende licht is en anderzijds is het van belang dat de verlichting geen hinder oplevert bij de taken. Indirecte verlichting aangevuld met werkplekverlichting is zeer geschikt voor beeldschermwerk, omdat de spiegelingshinder in beeldschermen hierbij minimaal is.

 

Directe omgeving

Voor de directe omgeving gelden lagere verlichtingseisen. Als norm wordt voor de directe omgeving uitgegaan van een luxwaarde van minimaal 300 lux of meer.

 

Achtergrondomgeving

Voor de achtergrondomgeving gelden de laagste verlichtingseisen. Hier wordt een verlichtingswaarde van minimaal 165 lux of meer als voldoende beschouwd. Immers: hier hoeft niet gewerkt te worden.

Zonwering

In een ruimte waar met beeldschermen gewerkt wordt is een goede, instelbare helderheidswering verplicht. Over het algemeen wordt teveel licht eerder als hinderlijk ervaren als te weinig licht. Zonwerende ruiten, doorschijnende lamellen of gordijnen weren het (zon)licht meestal onvoldoende. Verticale lamellen, door de gebruiker zelf in te stellen, verdienen de voorkeur omdat er dan ook nog uitzicht naar buiten mogelijk is onder een bepaalde hoek.

 

Positionering beeldschermen

Beeldschermwerkplekken kunnen ook niet willekeurig dichtbij vensters geplaatst worden. De beeldschermen zijn niet goed leesbaar (spiegelingshinder en contrastverlies) bij een overdaad aan daglicht en eventueel zonlicht. Het turen als gevolg daarvan kan tot hoofdpijn en stijfheid in de nek leiden. Ter voorkoming van te hoge luminantie verhoudingen is het gewenst het beeldscherm niet tegen een achtergrond te plaatsen waarin zich een venster bevindt. Samen met het feit dat de vensters ook niet in het beeldscherm mogen spiegelen leidt bovenstaande aanbeveling tot de volgende regel: beeldschermwerkplekken moeten in een richting loodrecht op de vensters worden opgesteld.

Wilt u meer informatie over eisen en normen in het algemeen? Of bent u op zoek naar Arbonormen die zich op een ander onderwerp richten? 

Klik dan hier!