Handvatten om uw werkplek juist in te stellen.

Stap 1. Instellen van de bureaustoel
Bij zitten wordt de lage rug anderhalf tot tweemaal zwaarder belast dan bij staan. Het is daarom van groot belang uw bureaustoel optimaal in te stellen en aan te passen aan uw lichaam. Let daarbij op de volgende punten:
 
De zittinghoogte
Om de zittinghoogte te bepalen gaat u voor uw stoel staan en brengt u de bovenkant van de zitting op gelijke hoogte met uw knieholte (houd hierbij rekening met de invering van de stoel). Als u vervolgens gaat zitten dienen uw voeten met gemak plat op de grond te kunnen rusten. Uw bovenbenen horen hierbij horizontaal te lopen. Uw bovenbeen en onderbeen hebben een hoek van ongeveer 90°. Indien dit niet mogelijk is dient u een voetensteun te gebruiken.
 
De rugleuning
Deze dient steun te geven vanaf de bovenrand van het bekken tot de schouderbladen. Ga op de stoel zitten en schuif zover naar achteren, dat de zittingrand de knieholten volledig vrijlaat (handbreedte). Ga goed rechtop zitten en breng de rugleuning naar voren, zodat de bolling van de rugleuning goed in de holte van de rug past. Doe dit door de leuning naar voren te bewegen en/ of omhoog of omlaag te verstellen. De lendesteun moet hierbij ter hoogte van de broekriem zitten.
 
De armsteunen
U kunt deze als volgt correct instellen: ga goed rechtop zitten. Buig de ellebogen zodanig dat de vingertoppen de voorzijde van de schouder raken. Druk de schouders en elleboogtoppen naar beneden. Voor de juiste hoogte moeten de elleboogtoppen de armsteunen net raken.
 
Stap 2. Instellen van de hoogte van het bureau
De hoogte van het bureau is ondergeschikt aan de instelling van uw stoel. Als de stoel goed op uw lichaamsmaten is ingesteld dienen de armsteunen minimaal overeen te komen met de hoogte van het werkblad of zelfs iets hoger staan. Bij gelijke bureauhoogte kunt u de verschillen ook compenseren door een instelbare voetensteun te gebruiken.